skip to Main Content

DNA Testen

Doorlopend onderzoek naar erfelijke aandoeningen bij de Labrador en bij andere hondenrassen zorgt er voor dat er steeds meer DNA tests beschikbaar komen. Met deze tests kan er vastgesteld worden of uw hond één, twee, of geen gemuteerde kopieën bij zich draagt van het gen dat een bepaalde aandoening veroorzaakt. Met één gemuteerde kopie van het gen is een hond drager van de aandoening, bij twee gemuteerde kopieën is hij of zij lijder, en als de hond geen mutatie draagt is hij of zij vrij van de aandoening. Vrijwel al deze aandoeningen vererven recessief, wat betekent dat een hond van beide ouders een gemuteerde kopie van het betreffende gen moet erven om zelf symptomen te krijgen.

Er kan voor steeds meer aandoeningen getest worden, en er komen nog steeds testen bij. Momenteel worden er in diverse Labrador-specifieke DNA testpakketten onder andere de volgende onderzoeken aangeboden:

  •  Prcd-PRA: Progressive rod/cone degeneration-Progressieve Retina Atrofie. Een vorm van PRA (afbraak van het netvlies), waarbij de staafjes en kegeltjes in het netvlies afgebroken worden. Dit leidt tot permanente blindheid. Voor zover op dit moment bekend is deze vorm van PRA de meest voorkomende vorm bij de Labrador. Dit onderzoek is in het VFR opgenomen als verplicht; één van beide ouderdieren moet vrij zijn van prcd-PRA.
  • RD/OSD: Retinale Dysplasie/OculoSkeletal Dysplasia. Vervorming van het netvlies in combinatie met pijnlijke vervormingen van het skelet. Ook deze test is opgenomen in het VFR, deze test is verplicht als er gefokt wordt met een hond die op het ECVO oogonderzoek de uitslag RD (multi-)focaal heeft gekregen. Deze aandoening vererft intermediar, wat inhoudt dat ook honden die drager zijn van RD/OSD (lichte) afwijkingen aan het netvlies kunnen tonen. Vandaar dat het fokken met dragers van RD/OSD, zelfs al zijn deze zelf symptoomloos, niet aan te raden is. Dit onderzoek is in het VFR opgenomen als verplicht wanneer één van beide honden op het ECVO oogonderzoek RD (multi)focaal niet vrij is. BEIDE honden moeten in dat geval vrij zijn van de DNA test voor RD/OSD.
  • EIC: Exercise Induced Collapse. Een aandoening waarbij de hond tijdens intensieve activiteit zoals spelen of werken verzwakt, oververhit raakt en ‘instort’. Na zo’n 30 minuten rust herstelt de hond langzaam weer. EIC kent een vrij groot percentage dragers (25-30% van de populatie) en het is daarom sterk aan te raden fokdieren hier op te laten testen en geen dragers of een drager met een ongeteste hond te combineren. Dit onderzoek is in het VFR opgenomen als verplicht; één van beide ouderdieren moet vrij zijn van EIC.
  • HNPK: Hereditary Nasal Parakeratosis. Een erfelijke huidafwijking waarbij er pijnlijke kloven en korsten vormen op de neus van de hond. Daarom is deze aandoening ook bekend onder de naam ‘korstenneus’. HNPK heeft een vrij groot percentage dragers (rond de 20%) dus het testen van fokdieren is sterk aan te raden. Dit onderzoek is in het VFR opgenomen als verplicht; één van beide ouderdieren moet vrij zijn van HNPK.
  • SD2: Skeletal Dysplasia 2. Afwijking/vervorming van het skelet, waarbij de hond een vorm van dwerggroei vertoont. Vaak toont een SD2-lijder opvallend kortere (voor)poten en een normale lichaamslengte, doorgaans gelukkig niet pijnlijk voor de hond. Het percentage dragers van SD2 ligt rond de 20% en testen van fokdieren is daarom aan te raden. Dit onderzoek is in het VFR opgenomen als verplicht; één van beide ouderdieren moet vrij zijn van SD2.
  • CNM: CentroNucleaire Myopatie, ook bekend als HMLR, Hereditary Myopathy of Labrador Retrievers. Een spierafwijking waarbij de spiermassa bij lijders opvallend kleiner is, leidend tot spierzwakte en een slechter uithoudingsvermogen. Het percentage dragers lijkt in de Nederlandse populatie beperkt, internationale cijfers wijzen op rond de 3% dragers.
  • Stargardt PRA: een vrij recent ontdekte vorm van PRA (Progressieve Retina Atrofie). Bij deze vorm ontstaan op ruim volwassen leeftijd, vanaf ongeveer 5 à 7 jaar, symptomen en verliest de hond langzaam steeds meer gezichtsvermogen. Er zijn nog niet heel veel cijfers bekend, maar het percentage dragers lijkt zeker rond de 2-3% te liggen en er worden steeds meer gevallen bekend.
  • DM: Degeneratieve Myelopatie. Op later leeftijd (7-8 jaar) optredende langzame afbraak van de myelineschede van de zenuwen in het ruggenmerg. Hierdoor sterven zenuwen af en raakt de hond langzaam verlamd vanuit de achterhand. Deze aandoening lijkt multifactorieel te zijn; dragers kunnen (vaak mildere) klachten krijgen, maar lijders kunnen ook symptoomloos blijven. Deze aandoening lijkt weinig voor te komen binnen de Labrador populatie (<1%).
  • Narcolepsie: Slaapziekte, lijders slapen veel en vallen spontaan in slaap op onverwachte momenten. Deze aandoening lijkt weinig voor te komen binnen de Labrador populatie (<1%).

.

Daarnaast zijn ook de volgende tests beschikbaar en vaak opgenomen in combinatiepakketten:

  • Maculaire dystrofie van het hoornvlies, een vertroebeling van het hoornvlies
  • Thrombocytopaenie, afwijkend gevormde bloedplaatjes
  • Maligne Hyperthermie, een afwijking die skeletspieren aantast en waardoor heftige spiersamentrekkingen en oververhitting op kan treden
  • Hyperuricemie, verhoogde concentraties urinezuur in urine en bloed
  • Pyruvaatkinase Deficientie, versnelde afbraak van rode bloedcellen
  • X-linked of Myotobulaire Myopathie, een x-chromosoom gebonden afwijking in de opbouw van spiervezels
  • Cystinuria, kristal/gruisvorming en mogelijk blaas-en nierproblemen door gebrekkig transport van het aminozuur cystine

Deze aandoeningen zijn vooralsnog allemaal zeldzaam tot zeer zeldzaam (<1% dragers binnen de populatie).

Een speciale vermelding verdienen de mutaties Heuplaxiteit 1 en 2; deze twee mutaties leveren elk een zeer kleine bijdrage aan de laxiteit of ‘losheid’ van de heupen. Deze tests zijn onderdeel van sommige testpakketten en daaruit komt naar voren dat een zeer groot percentage van de Labradorpopulatie drager of lijder van deze twee mutaties is. Echter is het belangrijk om hierbij te vermelden dat deze mutaties GEEN ziekte veroorzaken en ook geen slechte of losse heupen veroorzaken. Honden die drager of lijder van deze mutaties zijn, hebben in vrijwel alle gevallen een prima heupuitslag (HD A). Dat honden drager of lijder van heuplaxiteit 1 en/of 2 zijn heeft dus GEEN invloed op hun HD uitslag, en het is dan ook absoluut NIET nodig om hiermee rekening te houden in de fokkerij.

DNA-testen en fokbeleid

Op dit moment zijn de testen voor prcd-PRA, RD/OSD, EIC, HNPK en SD2 opgenomen in het fokreglement. Let op: hierbij is een getuigeverklaring  verplicht! Fokkers dienen er zelf zorg voor te dragen dat alle uitslagen tijdig bij de NLV ingeleverd worden (zie onderaan deze pagina). Onder bepaalde voorwaarden kan een hond, als beide ouderdieren vrij zijn voor een DNA afwijking, geregistreerd worden als ‘clear by parentage’. Lees hier meer over in het VerenigingsFokReglement

Naast de in het fokreglement opgenomen DNA-testen adviseert de NLV zeer sterk om ook bij andere testbare aandoeningen, zoals bv Stargardt PRA of CNM, combinaties waarbij een voorspelbaar risico wordt gelopen (bijvoorbeeld een drager x ongeteste partner) te vermijden. Hierbij is het van belang om te vermelden dat het uitdrukkelijk NIET de bedoeling is om dragers van een aandoening uit te sluiten; vrijwel elke hond draagt één of meer recessieve mutaties met zich mee. Zolang twee dezelfde mutaties maar niet gecombineerd worden is er geen probleem.

Door te testen kunnen verantwoorde combinaties worden gemaakt tussen ouderdieren en kan er zoveel mogelijk genetische diversiteit behouden blijven in het ras, terwijl het risico op zieke pups tegelijkertijd zo klein mogelijk wordt gemaakt.

1. lijder x vrij

1. drager x vrij

1. drager x drager

Twee voorbeelden van veilige combinatie; drager X vrij en zelfs lijder X vrij geeft bij een recessieve aandoening géén zieke puppy’s. Deze combinaties kunnen veilig worden gemaakt. Worden echter per ongeluk of met opzet twee dragers gecombineerd, dan kan een percentage van de pups zelf ziek worden. Daarom is verantwoord fokken en testen van groot belang.

Melden database

De fokker is verantwoordelijk voor het tijdig insturen van de juiste DNA uitslagen van (toekomstige) ouderdieren naar de NLV. Let op, voor de in het VerenigingsFokReglement opgenomen DNA testen (prcd-PRA, RD/OSD, EIC, HNPK, SD2) is een getuigenverklaring verplicht!

Via dit formulier kunt u de DNA testen van uw hond doorgeven om in de database (ZooEasy) te laten opnemen. Bij vragen kunt u contact opnemen met

Back To Top