skip to Main Content

Koperstapeling

Genetisch onderzoek naar koperstapeling bij de Labrador Retriever
Tekst: Dr. Hille Fieten

Koperstapeling bij de Labrador Retriever is een erfelijke ziekte met een complexe overerving. Koperstapeling lijdt tot een ernstige leverontsteking met vaak een fataal ziekteverloop wanneer de ziekte in een (te) laat stadium wordt gediagnosticeerd. In de afgelopen 10 jaar heeft de Faculteit Diergeneeskunde in Utrecht in samenwerking met de Nederlandse Labrador Vereniging hard gewerkt om de erfelijke achtergrond van deze ziekte te ontrafelen, om de ziekte beter te begrijpen en mogelijk ook beter te kunnen bestrijden. 

Ziektebeeld
Koper is een belangrijk sporenelement dat essentieel is voor het lichaam en aanwezig moet zijn in voeding. Het wordt in de darm opgenomen en vervolgens verwerkt en opgeslagen in de lever. In normale honden is de koperstofwisseling goed gereguleerd; een teveel aan koper wordt uitgescheiden via de gal en verlaat het lichaam met de ontlasting. In honden met een genetisch defect stapelt het koper op in de lever en dat leidt tot leverontsteking (hepatitis) en uiteindelijk lever cirrose. Gedurende de eerste periode van het opstapelen van koper vertonen de honden over het algemeen geen verschijnselen. Pas als er zodanige opstapeling heeft plaatsgevonden dat het heeft geleid tot hepatitis of cirrose dan kunnen de volgende verschijnselen opvallen: sloomheid, braken, verminderde eetlust, geelzucht en een met vocht gevulde buik. Helaas is het zo dat wanneer de honden in dit eindstadium bij de dierenarts worden aangeboden, er vaak geen effectieve behandeling meer mogelijk is.

Het stellen van de diagnose en behandelmogelijkheden
Wanneer dieren in een vroeg stadium worden aangeboden, zijn de behandelmogelijkheden en de overleving zeer goed en niet anders dan bij normale Labrador Retrievers. Het is daarom van belang om honden die een risico lopen in een vroegtijdig stadium op te sporen, liefst nog voordat ze klinische verschijnselen vertonen. ALT, een enzym dat vrijkomt in het bloed bij levercelschade, gaat als eerste omhoog bij dieren met hepatitis. Wanneer een verhoging van dit enzym wordt gemeten bij Labradors kan het verstandig zijn om verder onderzoek te laten uitvoeren. Helaas is het zo dat in ongeveer driekwart van de Labradors met verhoogde hoeveelheden koper in de lever maar zonder klinische verschijnselen, de ALT waarde normaal is. De diagnose wordt gesteld middels het afnemen van een leverbiopt (klein stukje leverweefsel) en het uitvoeren van een specifieke koperkleuring in dit biopt. De behandeling bestaat uit het toedienen van medicatie die koper-uitscheiding bevordert. Ook het aanpassen van het dieet (laag koper, hoog zink) heeft in veel Labradors een positief effect op het kopergehalte in de lever.

Genetisch onderzoek
Uit stamboomonderzoek is gebleken dat koperstapeling op een complexe manier overerft. Dat wil zeggen dat meerdere genen betrokken zijn bij de gevoeligheid van een individueel dier voor koper. Of het dier daadwerkelijk koper gaat stapelen kan ook nog afhankelijk zijn van opname via de voeding. Door middel van genetisch onderzoek zijn we er nu in geslaagd om 2 genen te identificeren die een rol spelen in het al dan niet ontstaan van koperstapeling bij de Labrador Retriever. Een van de genen zorgt voor een stapeling van het koper, terwijl het andere gen juist voorkomt dat er stapeling optreedt. Op basis van de gegevens van 400 Labrador Retrievers die zijn onderzocht middels DNA onderzoek en een leverbiopt is het nu mogelijk om een inschatting te geven van de kans voor een Labrador Retriever op de aanwezigheid van hoog koper in de lever op basis van de aanwezige varianten van deze genen.

Pilot-project en vervolg-onderzoek
In 2015 is in samenwerking met de Nederlandse Labrador Vereniging een project gestart waarin de NLV de DNA testen en leverbiopten voor eigenaren van Labradors heeft vergoed. In totaal zijn voor 31 deelnemende Labradors de DNA-testen vergoed. Verder was er geld beschikbaar voor 10 leverbiopten van Labradors die geen klinische verschijnselen van een leverziekte vertoonden. In 6 van de 10 Labradors bleek een verhoogd kopergehalte in de lever aanwezig te zijn. Deze honden worden inmiddels behandeld met medicatie en dieet om het koper te verwijderen en verdere stapeling van koper en verergering van de ontsteking te voorkomen. Dit zijn nog erg kleine aantallen en om de voorspellende waarde van de DNA-testen in de algehele populatie Labrador Retrievers te bepalen en om in de nabije toekomst nog meer belangrijke erfelijke factoren voor het ontstaan van chronische hepatitis en koperstapeling bij de Labrador Retrievers te kunnen opsporen, zijn meer honden nodig. Daarom is er door de NLV een financieel vervolg gegeven aan het pilot project wat in 2015 gestart is en is er 20.000 euro beschikbaar gemaakt uit de gezondheids-pot om eigenaren van Labrador Retrievers de mogelijkheid te bieden hun hond te laten onderzoeken middels een DNA test en een leverbiopt.
Genetisch onderzoek heeft geleid tot de identificatie van 2 genen die het kopergehalte in de lever van Labradors, tezamen met opname via de voeding, beïnvloeden. Echter het blijft moeilijk om zonder een leverbiopt te nemen, te voorspellen wat het kopergehalte van de lever op een bepaald moment is in een hond. Daarom zijn we op zoek naar signaalstoffen in het bloed die we kunnen meten en die voorspellend zijn voor het kopergehalte in de lever op een bepaald moment.
De leverbiopten en bloedmonsters verzameld In een eerder onderzoeksproject kunnen we gebruiken om op zoek te gaan naar de signaalstoffen, zogenaamde “biomarkers”. We richten ons hierbij op het ontwikkelen van een “ElISA” test, die werkt als het principe van een zwangerschapstest, voor 2 koper-eiwitten (CCS en SOD-1).

Back To Top